Zorg voor zekerheid
43. Combineer je praktijk met een beperkt dienstverband. Vooral in de startfase kan dat handig zijn, op termijn dreigt echter het gevaar dat je aandacht te veel versnippert en je zaak niet echt van de grond komt.
44. Heb je een uitkering, gebruik deze dan als springplank. Zowel de ww, de wia, de wwik als de Wet Werk en Bijstand hebben startersregelingen en ook een studiebeurs staat een eigen praktijk niet in de weg. aow’ers kunnen zelfs onbeperkt ondernemen.
45. Zorg voor een financiële buffer, dat komt zowel je nachtrust als de kwaliteit van je orderportefeuille ten goede. Drie maanden is wel het absolute minimum.
46. Maak van ondernemen geen heilig moeten. Check regelmatig of je praktijk wel voldoet aan wat je je ten doel had gesteld. Zo niet, dan is stoppen een serieuze optie. Voor zelfstandigen die het tijdelijk niet redden is er het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.
47. Regel je oudedag. Je kunt een lijfrente of koopsompolis overwegen, maar als je voldoende discipline hebt is het voordeliger om je geld zelf vast te zetten.
48. Verzeker je goed, maar niet te goed. Een ziektekostenverzekering is verplicht, een aansprakelijkheidsverzekering is onmisbaar, een uitvaartverzekering bijna altijd overbodig. En de arbeidsongeschiktheidsverzekering zit daartussen in.
© 2010 Uitgeverij Nieuwezijds
