Werkomgeving

Uit Welke kleur heeft jouw parachute? Voor jongeren:

 

Aan de hand van de volgende vragen kun je uitvinden waaraan jouw werkomgeving moet voldoen. Kies van elke categorie steeds een of twee dingen die voor jou het belangrijkst zijn.

 

Locatie: Waar zou je het liefst willen werken?
  • Binnen of buiten?
  • In een kantoorgebouw? Een machinewerkplaats? Op een boerderij? Thuis? Ergens anders?
  • In een stedelijke omgeving, een landelijke omgeving, op een bedrijventerrein of een industrieterrein?
  • Op veel plaatsen of op één plaats (reizen of niet)? 

 

Werkruimte: Wat voor soort ruimte zou je het prettigst vinden?

  • Een grote kantoortuin met veel andere mensen?
  • Je eigen bureau in een privékantoor?
  • Heel veel afwisseling: achter een bureau, in je auto, bij cliënten, in vliegtuigen, in hotels?
  • Een klaslokaal, laboratorium, ziekenhuis?
  • Garage, werkplaats?
  • Buiten: Golfbaan? Boerderij? Schuur?
  • Een plaats waar alles aanwezig is wat je nodig hebt (al de nieuwste gereedschappen of nieuwste technologie en noodzakelijke voorraden) of een plaats waar je creatief moet zijn met beperkte middelen, voorraden en uitrusting?

 

Fysieke omstandigheden: Hoe ziet je werkplek eruit?

  • Modieus en duur, redelijk netjes of doet het er niet toe?
  • Ramen die open en dicht kunnen, of een gebouw met klimaatbeheersing?
  • Natuurlijk of kunstlicht?
  • Lichte of donkere omgeving?
  • Aangename temperatuur of uiteenlopende temperaturen?
  • Veilig of risicovol?

 

Sfeer: Welke sfeer heeft jouw voorkeur?

  • Lawaaierig of rustig?
  • Kalm of levendig? 
  • Formeel of informeel: wil je bijvoorbeeld je collega's aanspreken met 'Mevrouw Smit' en 'Meneer Jansen', of noem je het liefst iedereen bij de voornaam?
  • Veel contact met collega's of heel weinig?
  • Veel contact met het publiek (cliënten, patiënten, klanten) of heel weinig?
  • Werk je het liefst zelfstandig, waarbij je zo min mogelijk contact hebt met anderen, of werk je het liefst vaak of constant met anderen?
  • Hiërarchische omgeving (waar iedereen doet wat de baas zegt) of een coöperatieve omgeving (waar het personeel samenwerkt om doelen, prioriteiten, werklast te bepalen)?

 

Omvang/type bedrijf: In wat voor soort bedrijf werk je het liefst?

  • Groot of klein? (Bedenk wat 'groot' en 'klein' voor jou betekenen.)
  • Plaatselijk bedrijf, nationale keten of multinational?
  • Wil je al je collega's en klanten kennen, of wil je liever altijd nieuwe mensen kunnen ontmoeten?
  • Commercieel bedrijf of non-profitorganisatie?
  • Je eigen bedrijf?

 

Kleding: Wat draag je het liefst op het werk?

  • Pak?
  • Trendy/hippe kleren?
  • Informele, makkelijk zittende kleding?
  • Uniform (bijvoorbeeld militair, brandweer, politie, ober)?
  • Laboratoriumjas?
  • Verschillende kleren voor verschillende aspecten van een baan (bijvoorbeeld een pak wanneer je een belangrijke cliënt ontmoet en makkelijke kleding voor gewone dagen op kantoor)?
  • Wat je ook maar wilt dragen?
  • Iets anders?